vrijdag 15 mei 2026

Fernando Pó (nu Bioko) was even Nederlands

Het Afrikaanse eiland Bioko, gelegen onder de kust van Kameroen, maar onderdeel van Equatoriaal-Guinea, heette eeuwenlang Fernando Pó. Het speelde ooit een belangrijke rol in de trans-Atlantische slavenhandel en in de machtsstrijd tussen Europese koloniale machten.
Bioko ligt verscholen in de Golf van Guinee. Hoewel het eiland nu vooral bekendstaat om zijn weelderige tropische natuur en vulkanische landschappen (met de Pico Basilé als hoogste punt), was het in het verleden vooral geliefd om zijn strategische ligging als tussenstation voor schepen.

De ontdekking
De Europese geschiedenis van het eiland begint in 1472. In dat jaar bereikte de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão do Pó het eiland tijdens een expeditie langs de West-Afrikaanse kust. Hij noemde het aanvankelijk Formosa Flora ofwel ‘mooie bloem’. Do Pó was kennelijk nogal onder de indruk van het natuurschoon op het eiland.

De naam Formosa Flora beklijfde echter niet lang. Al snel werd het eiland hernoemd naar Fernando Pó, een eerbetoon aan diens ontdekker. Het gaf Portugal een extra reden om het eiland te claimen. Het land begon voortvarend met de ontwikkeling van suikerrietplantages. Door de gunstige ligging groeide Fernando Pó echter al snel uit tot een belangrijk knooppunt in de handel langs de West-Afrikaanse kust.

In Nederlandse handen
In 1642 vestigde de Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC) handelsbases op het eiland, uiteraard zonder toestemming van de Portugezen. Vanuit Fernando Pó centraliseerde ze (tijdelijk) haar slavenhandel in de Golf van Guinee. De Portugezen verschenen in 1648 opnieuw aan de horizon en 'vervingen' de Nederlandse Compagnie door een eigen handelsonderneming, eveneens gericht op de slavenhandel, die al gevestigd was op het naburige eiland Corisco.

Fernando Pó lag redelijk gunstig tussen belangrijke handelsgebieden en diende als tussenstop voor schepen die de Atlantische Oceaan overstaken. Het loonde dus de moeite om er ruzie over te maken. Vanuit de Golf van Guinee werden miljoenen Afrikanen naar de Amerika’s gedeporteerd. Hoewel Fernando Pó geen van de grootste slavenhavens was, vervulde het een cruciale logistieke rol als opslag- en doorvoerplaats voor goederen én mensen.
In Spaanse handen
In 1778 kwam Fernando Pó middels het Verdrag van El Pardo officieel in Spaanse handen. Spanje zag het eiland als uitvalsbasis voor koloniale ambities in Afrika en Amerika, maar de werkelijke controle bleef lange tijd beperkt door tropische ziekten, zoals malaria, en hardnekkig verzet van de lokale bevolking.

In de negentiende eeuw veranderde de rol van Fernando Pó opnieuw. Nadat Groot-Brittannië de slavenhandel had verboden, werd het eiland tussen 1827 en 1843 officieel bezet door de Britten en gebruikte de Britse marine het als basis voor de bestrijding van illegale slavenschepen.

In de huidige hoofdstad Malabo (toen Port Clarence) vestigden de Britten een marinebasis. Britse oorlogsschepen onderschepten slavenschepen op de Atlantische Oceaan en bevrijdden duizenden gevangenen. Dat lijkt natuurlijk menslievend, maar het waren diezelfde schepen die jaren daarvoor de slaven hadden vervoerd. Noem het cynisch.

Gedurende de twintigste eeuw bleef Fernando Pó onderdeel van Spaans-Guinea. Op de plantages werd vooral cacao verbouwd met arbeidskrachten uit andere delen van West-Afrika, waaronder Nigeria. Internationale organisaties bekritiseerden echter regelmatig de slechte arbeidsomstandigheden, die soms sterk leken op dwangarbeid.
Operation Postmaster
In 1942 was Fernando Pó het toneel van de (toen) geheime Britse Operation Postmaster. Het eiland was Spaans en was dus 'neutraal' de Tweede Wereldoorlog, waardoor Duitse en Italiaanse schepen ongehinderd konden laden, lossen en bunkeren in de haven van Santa Isabel (nu Malabo) voor de bevoorrading van U-boten. Britse commando’s moesten eigenlijk de schepen in de haven tot zinken brengen, maar vonden het een beter idee om ze te kapen. Dus werd de Italiaanse 'Duchessa d’Aosta' als oorlogsbuit overgebracht naar Engeland, waar het schip hernoemd werd tot 'Empire Yakon'.

Onafhankelijk
Na de onafhankelijkheid van Equatoriaal-Guinea in 1968, werd het eiland in 1979 werd het officieel omgedoopt tot Bioko. De naam eerde de politicus Cristino Seriche Bioko (1940-2024). In die landen betekent dat ook dat er grootste projecten (lees: nutteloze zesbaans snelwegen) op het eiland werden uitgevoerd.

Tegenwoordig is Bioko een rommeltje van culturen. Spaanse koloniale architectuur, Portugese plaatsnamen, lokale tradities en invloeden uit heel West-Afrika zijn overal nog zichtbaar. Van de tijdelijke Nederlandse aanwezigheid is weinig meer te merken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten